Mictiestoornissen bij volwassenen: herkennen, begrijpen en behandelen
Urineverlies wordt vaak verkeerd begrepen. Hoewel het veel voorkomt, zeker bij vrouwen, is het geen normaal verschijnsel van ouderdom. Een mictiestoornis duidt op een probleem met het opslaan of lozen van urine. Veel mensen zwijgen uit schaamte, terwijl er in de meeste gevallen wél een oplossing bestaat.
Wat veroorzaakt urineverlies?
Een goed functionerende blaas vereist samenwerking tussen de hersenen, het ruggenmerg, de bekkenbodemspieren en de blaasspier. Storingen in dit systeem kunnen ontstaan door:
- een reactie op bepaalde medicijnen,
- een blaasontsteking,
- verzwakte bekkenbodemspieren (na bevalling),
- hormonale veranderingen tijdens de menopauze,
- of een verminderde sluitfunctie van de blaashals.
Soorten mictiestoornissen
- Stressincontinentie: verlies van urine bij druk op de buik, zoals bij hoesten of tillen. Vaak door verzwakte ondersteuning van de blaas.
- Aandrangincontinentie: een plotselinge, niet te onderdrukken drang om te plassen door een overactieve blaas.
- Overloopincontinentie: de blaas raakt overvol en druppelt, vaak bij een blokkade of verzwakte blaasspier.
- Urineretentie: moeilijk of onvolledig kunnen leegplassen. De blaas blijft (deels) gevuld.
- Verhoogde frequentie en urgentie: veelvuldig kleine hoeveelheden plassen, vaak ook ’s nachts (nycturie).
Hoe wordt de oorzaak vastgesteld?
Een grondige beoordeling is nodig om de juiste behandeling te kiezen. Dit begint met een intake en lichamelijk onderzoek. De arts kan daarnaast ook volgende testen aanbevelen:
Urineonderzoek
Detecteert mogelijke infecties of bloed in de urine.
Resturinebepaling
Meet hoeveel urine na het plassen in de blaas achterblijft. Dit gebeurt via een katheter of een echo.
Cystoscopie
Een visuele inspectie van de blaas via een dun buisje met camera (cystoscoop).
Stress-test
Controleert of inspanning (zoals hoesten of staan) tot urineverlies leidt.
Urodynamisch onderzoek
Meet de blaasspieractiviteit, blaasdruk en functie van de sluitspier.
Welke behandelingen zijn er?
Incontinentie en andere mictiestoornissen kunnen in de meeste gevallen doeltreffend worden behandeld:
Gedragstherapie
Via een individueel oefenprogramma leert men de blaasfunctie beter beheersen. Bekkenbodemoefeningen versterken de spieren en kunnen de controle verbeteren.
Medicatie
Geneesmiddelen kunnen de blaasspier ontspannen of de prikkeldrempel verhogen. De arts evalueert ook of andere medicatie invloed heeft op het probleem.
Injectietherapie
Een inspuiting rond de urinebuis kan het afsluitmechanisme versterken. Dit is een eenvoudige, poliklinische ingreep die lekkage helpt verminderen.
Chirurgische opties
Bij structurele problemen kan een operatie helpen om de blaas of urinebuis beter te ondersteunen. Dit is vooral het geval bij vrouwen met bekkenbodemverzakking.
Laparoscopische procedures
Minimaal invasieve technieken waarbij via kleine incisies de blaas wordt opgehangen voor meer stabiliteit.
Neuromodulatie
Elektrische stimulatie van zenuwen die de blaas aansturen. Een proefimplantaat kan eerst extern getest worden.
